Aardbeien.

Een moestuin, daar horen aardbeien bij.


De plant.

Van oorsprong komt de aardbei waarschijnlijk uit Zuid-Amerika, maar helemaal zeker is dat niet. En ze hadden toen zeker nog niet de grote, sappige vruchten die ze nu dragen.

 

De Latijnse naam voor Aardbeien is Fragaria x Ananassa. Het zijn vaste planten die naast de aardbeien ook uitlopers maken met jonge plantjes eraan. Ze worden ongeveer 30cm hoog en ongeveer net zo breed.

 

Zaaien.

Zaaien is niet gebruikelijk, maar wel mogelijk.

Zaai in februari of maart in een kweekbakje in huis. Aardbeien zijn lichtkiemers, dus zaai zeker niet te diep.

Houdt de grond licht vochtig. Het kan wel 3 tot 4 weken duren voordat het zaad opkomt.

 

Zodra de plantjes 3 blaadjes hebben kunnen ze verplant worden. Geef ze allemaal hun eigen potje. Laat ze zeker nog tot half mei binnen staan, want ze kunnen nog niet tegen de vorst.

 

Plant ze na half mei buiten uit op het aardbeienbed.

 

Planten.

In plaats van te zaaien is het gebruikelijker om de plantjes die aan de uitlopers komen uit te planten. Verwijder eind juli, begin augustus de uitlopers met de jonge plantjes en sorteer de plantjes. gebruik alleen de grootste en sterkste planten. De plantafstand is 30 cm in de regel en 50 cm tussen de regels. Zet de planten zeker niet te hoog of te diep, maar plant ze net zo diep als ze stonden.

 


Soorten.

Er zijn vele soorten aardbeien. Er zijn kortdragers en doordragers. Dit is zeker het grootste verschil.

 

De kortdragers dragen een korte periode van ongeveer 3 weken aardbeien. Dit zal ongeveer tussen begin juni en half juli zijn, afhankelijk van het soort.

 

De doordragers geven hun aardbeien af over een langere termijn. Zij beginnen in juni te geven en dragen door tot eind augustus. Echter geven ze wel veel minder vruchten tegelijk.

 

Kortdragers.

Elsanta

- Een vroeg ras met grote, stevige vruchten die goed te bewaren zijn.

Korona

- Dit is een vroeg ras met een hoge opbrengst. De vruchten zijn redelijk goed bewaarbaar.

Tago

- Een laat ras dat pas in juli langwerpige vruchten geeft.

Maxim

- Deze geeft zeer grote, zoete, sappige vruchten. 

Polka

- Een middelvroeg ras met een zeer hoge opbrengst.

Mieze Schindler

- Ook wel Framboosaardbei genoemd. Deze geeft donker rode vruchten, die maar kort bewaarbaar zijn. Ze zijn wel super zoet.

 

Doordragers.

Ostara

- Deze geeft van mei tot in september rode, sappige vruchten.

 

Standplaats.

Zet aardbeien op een zonnige plaats in de tuin. De vruchten hebben zonlicht nodig om rood te kleuren. Soms worden de aardbeien op ruggen gekweekt. Zo kan het water beter weg en blijven de vruchten droog. Natte vruchten zullen sneller gaan schimmelen. Ook kan je stro tussen de planten doen. Zo liggen de aardbeien niet op het zand en zullen ze sneller opdrogen. ook zal er zo minder zand aan de aardbeien komen tijdens een regenbui.

 

Wisselteelt.

Aardbeiplanten zullen 2 tot 3 jaar blijven staan. Daarna worden ze verwijderd en wordt deze grond 2 tot 3 jaar niet gebruikt voor aardbeien. Zo kan de bodem weer op kracht komen.

 


Goede en slechte buren.

Goede buren:

  • Borage
  • Sla
  • Knoflook
  • Peterselie
  • Prei
  • Radijs
  • Bonen
  • Spinazie
  • Tijm
  • Tomaat
  • Ui

Slechte buren:

  • Bloemkool
  • Broccoli
  • Komkommer
  • Kool
  • Spruiten

 


Onderhoud.

Eind juli, begin augustus worden de jonge stekken geplant. Zo kunnen ze voor de winter een goed wortelgestel ontwikkelen.

Na de winter, als de planten weer beginnen uit te lopen, verwijderen we het lelijke blad (en maken het gelijk weer onkruidvrij). Eventueel doen we begin mei flink wat stro tussen de planten, zodat de vruchten straks op een mooi bedje leggen. In juni en juli kunnen de vruchten geplukt worden. Eind juli word het bed weer opgeschoond. Alle uitlopers en nieuwe stekken worden verwijderd. Zo zijn we het jaar weer rond en kunnen we weer nieuwe stekken gaan uitplanten.

 

Pluk 2 jaar aardbeien van de planten en verwijder daarna de oude planten. Als het goed is heb je alweer nieuwe stekken staan.

 

Voeding.

Aardbeien houden van veel voeding. Spit voor het planten van de stekken wat compost en oude stalmest onder. Geef ze ook in het vroege voorjaar een flinke dosis koemestkorrels. Begin mei geven we nog kali, voor een goede vruchtzetting en beter bewaarbare vruchten.

 

 

 

 

Oogsten.

Pluk de aardbeien als ze mooi rood zijn. Neem de vrucht in de hand en knijp met je nagel het steeltje door. Behandel de aardbeien voorzichtig, zodat ze niet beschadigen. Stapel de aardbeien ook niet te hoog op. Beschadigde aardbeien zijn niet goed te bewaren.

 

Leg aardbeien die niet helemaal rijp zijn even op de vensterbank. Ze zullen snel verder kleuren.

 


Bewaren.

Bewaar alleen onbeschadigde aardbeien. Gekneusde exemplaren zullen snel gaan rotten of schimmelen. Bewaar aardbeien koel, bijvoorbeeld in de koelkast. Daar zijn ze enkele dagen te bewaren.

 

Voor saus, jam, ijs of sap kunnen aardbeien ook goed ingevroren worden. In de vriezer blijven ze ongeveer 1 jaar goed.

 

Ziektes en plagen.

Verwelkingsziekte.

Zeker als op het bed van de aardbeien eerst aardappels gestaan hebben is er kan op verwelkingsziekte. De plant zal zijn blad laten hangen en vervolgens helemaal afsterven.

 

Botrytis.

Vruchtrot of Koprot. Deze grauwe schimmel komt voor als de vruchten te lang nat blijven.

 

Meeldauw.

Dit komt voor bij te kort ventilatie. Verwijder in het najaar alle aangetaste blad en voer het af.

 

Vogels.

Vogels zijn gek op aardbeien. Zodra het eerste rood te zien is, zitten de vogels er van te eten. Afdekken met netten is een goede oplossing.

 


Laatst bijgewerkt op: 19 januari 2021