Dahlia's in de tuin.

Dahlia's. Er zijn vele verschillende soorten die verschillen in hoogte, bloemvorm en bloemkleur. Zo is er voor elke tuin wel een Dahlia te vinden. Vele soorten kunnen ook prima gebruikt worden als snijbloem. De uitbundige, vrolijke bloemen staan een kleine week op de vaas.


De plant.

Dahlia's zijn niet winterharde knollen, die in het najaar gerooid moeten worden en vorstvrij moeten overwinteren. In het volgende voorjaar kunnen ze weer geplant worden.

 

Ze behoren tot de composietenfamilie (Asteraceae). Dit betekend dat de bloem bestaat uit heel veel bloemetjes bij elkaar. Het blad is per soort verschillend, maar meestal wel duidelijk herkenbaar. Er zijn ook soorten met donker blad.

 

Ook qua hoogte kan je uitzoeken. Ze zijn er vanaf 30 cm hoogte, maar ook tot een hoogte van wel 2 meter.

 

De bloei is er in ale kleuren en ook de bloemvorm verschild van soort tot soort. Ze zijn er van een klein pompoentje van slechts enkele centimeters tot zeer grote cactusvormige bloemen van wel 25 cm groot.

 

Planten.

Omdat de plant absoluut niet tegel vorst kan moet men wachten met het planten tot na de ijsheiligen, half mei. Plant de Dahlia's op een rijke bodem op een zonnige standplaats. Spit een ruim gat en plaats de knol zodat de oude bloemstengels net boven de grond uitkomen. Druk de aarde rond de knollen stevig aan en geef daarna ruim water. Na ongeveer een week zal de knol beginnen met uitlopen. Bescherm de jonge toppen tegen slakken, zij zijn dol op Dahlia's. Ook bij onverwachte nachtvorst zal de plant bescherming nodig hebben.

 

Voortrekken.

Om deze prachtige planten eerder in bloei te krijgen kan men ze voortrekken. Zet de knollen begin april in een pot met wat potgrond en zet deze op een vorstvrije plaats. Zorg ervoor dat de grond niet te nat is, maar ook zeker niet droog is. Zo kan de plant zich al goed ontwikkelen voordat hij buiten geplant wordt. Laat de planten wel even afharden, voordat je ze op de gewenste plek zet. Na de ijsheiligen is het veilig om ze buiten uit te planten.

 


Zaaien.

Dahlia's kunnen prima gezaaid worden. Er zijn dan ook diverse soorten zaad in de handel te verkrijgen. Ook is het leuk om zelf zaad te winnen en te zaaien. Zo krijg je gegarandeerd nieuwe soorten.

 

Zaaien kan in mei buiten op de plaats van bestemming. Maar het kan het beste eind maart in een kas of serre. Zodra de plantjes groot genoeg zijn kunnen ze dan buiten uitgeplant worden.

 

Soorten.

Er zijn letterlijk duizenden soorten Dahlia's. Kijk in het voorjaar maar eens bij het tuincentrum. De meeste tuincentra hebben 10-tallen soorten Dahliaknollen te koop. Ook via het internet worden er vele soorten aangeboden.

 

Standplaats.

Dahlia's zijn echte warmte aanbidders en staan graag in de volle zon. Zorg voor een rijke, goed doorlatende bodem. Omdat het meestal geen hele stevige planten zijn staan ze graag een beetje luw, zodat ze bij een storm niet kapot waaien.

 

Plantafstand.

De plantafstand is afhankelijk van het soort. Sommige worden smal en hoog, andere blijven laag en worden voller en sterker vertakt. De aanbevolen afstand is 35 tot 40 cm uit elkaar. Zelf zet ik ze op de tuin om bloemen van te kunnen oogsten. Daarom houd ik een plantafstand aan van 60 x 60 cm. Jonge stekken of zaailingen zet ik 20 cm uit elkaar op de regel.

 

Onderhoud.

Het is verstandig om ze te toppen. Dit kan je het beste doen als ze ongeveer 20 cm hoog zijn.

 

Verwijder zodra hij bloeit de uitgebloeide bloemen. Zo blijft hij nieuwe bloemen ontwikkelen en bloeit hij dus langer en intensiever.

 

De hogere soorten kunnen het beste aangebonden worden. Zet vlak achter de plant een hoge (bamboe)stok en bind de plant geregeld hieraan vast. Zo voorkom je dat hij stuk waait.

 

Voeding.

Dahlia's zijn snelle groeiers. Dit betekend dat ze wel wat voedsel lusten. Spit voor het planten wat oude mest onder. Ook kan je tijdens de groei, zo rond half juni nog een handje koemestkorrels strooien rond de plant. 

 

Vermeerderen.

Naast zaaien kan je de grotere Dahliaknollen ook scheuren. Dit gebeurd het beste in het voorjaar. Doe dit enkele dagen voor het planten, zodat de eventuele wond goed kan opdrogen. Hierbij is het wel belangrijk dat elk deel minimaal 1 oog heeft om uit te kunnen lopen.

 

Ook het nemen van stekken is een hele goede optie. Neem in het voorjaar de toppen uit de plant en zet deze in een bak met stek en zaaigrond. Houd de grond licht vochtig. Binnen enkele weken heeft het nieuwe plantje wortels en kan hij uitgeplant worden.

 

Ziektes en plagen.

Botrytis oftewel Grauwe Schimmel.

Als de planten te lang vochtig blijven kunnen ze last krijgen van Grauwe Schimmel. Zorg voor voldoende afstand en genoeg ventilatie.

 

Oorwormen.

Oorwormen kunnen de bloemen nog wel eens beschadigen.

 

Slakken.

Slakken zijn dol op de net opkomende Dahlia's. Enige bescherming is gewenst.

 

Overwinteren.

Zodra de eerste nachtvorst is geweest is het tijd om de knollen uit de grond te halen. Neem een platte vork of een spade en steek deze ruim naast de plant. Wip vervolgens de plant op. Zodra hij los is, kan hij voorzichtig uit de grond getrokken worden.

 

Let op! Label de knol, zodat je weet welk soort het is. Daar heb je komend voorjaar erg veel plezier van.

 

Zodra de knol uit de grond is wordt hij zoveel mogelijk schoon gemaakt. Verwijder alle losse aarde en eventuele zieke of zachte delen. Knip de stengels ongeveer 10 tot 15 cm boven de knol af. Hieraan kan eventueel het label geknoopt worden.

 

Bewaar de knollen op een koele, donkere plaats. Om uitdroging van de knollen te voorkomen kan je de knollen in een doos of kratje met droge turf leggen. Voor de mensen die niet zoveel ruimte in huis hebben is het inkuilen van de knollen ook mogelijk. Doe dit op een droge plaats, minimaal 60 cm onder de grond.

 


Laatst bijgewerkt op: 9 mei 2021