Pompoenen kweken.

Wie kent ze niet, deze kolossen die in de herfst geplukt kunnen worden. Ze zijn er in alle vormen en maten. Verwar ze niet met kalebassen, want die zijn niet eetbaar in tegenstelling van pompoenen die dus wel eetbaar zijn.


De plant.

Deze meestal rankende plant vraagt wel wat ruimte. De uitlopers kunnen meters lang worden en hebben de neiging om te klimmen. Ze groeien super snel. Dat moet ook wel, want ze kunnen absoluut niet tegen vorst. Tussen mei en eind oktober groeien de planten flink uit en maken vruchten die wel 10-tallen kilo's kunnen wegen.

Je kunt duidelijk zien dat het familie is van de kalebassen, courgettes, patisons en komkommers.

 

Zaaien.

Zaaien kan na half mei buiten op plaats van bestemming. Bescherm de jonge planten wel tegen slakken, want zij zijn er dol op. Zorg dat ze voldoende ruimte hebben. Je kunt ze eventueel na opkomst ook nog prima verplanten.

 

Zelf zaai ik ze eind april in de koude kas (of serre) in 9x9cm potjes. Zo kan ik ze beter beschermen tegen slakken en na half mei plant ik ze dan uit. Ook na het uitplanten goed blijven beschermen tegen slakken. Als de plant eenmaal begint te groeien worden ze te hard voor de slakken en zal je daar geen last meer van hebben.

 


Soorten.

Er zijn honderden verschillende soorten zaad te koop. Kijk maar eens op het internet. Zelf koop ik mijn zaad graag bij Jansenzaden.nl.

 

Het is onmogelijk om alle soorten te behandelen. Toch zal ik er een paar favorieten van mij bespreken.

 

Musquee de Provence.

Dit is een heerlijk en zeer mooie muskaatpompoen. Het donkeroranje vruchtvlees heeft een heerlijke nootachtige smaak en is zeer geschikt voor een lekkere pompoensoep.

 

Hokkaido.

Ook dit is een zeer bekend soort dat vaak in de supermarkten aangeboden wordt. Een een lekkere pompoen met iets minder sierwaarde.

 

Butternut.

Nog een zeer bekende flesvormige pompoen die zeer geschikt is voor de consumptie. 

 

Atlantic Giant.

Dit soort kan belachelijk grote pompoenen krijgen, meer dan 100 kg is geen uitzondering.

 

Standplaats.

Pompoenen zijn echte warmte aanbidders. Zet ze op een niet te natte plaats in de volle zon. Pompoenen horen thuis op het bed van de vruchtgewassen, maar bij mij krijgen ze meestal een eigen bed.

 

Goede en slechte buren.

Goede buren:

  • Sla
  • Erwten
  • Radijs
  • Zonnebloemen
  • Suikermais

 

 

Slechte buren:

  • Salie
  • Aardappelen

Plantafstand.

De meeste soorten pompoenen maken lange ranken. Daarom moeten ze dan ook veel ruimte hebben.  Vaak staat de plantafstand achter op het zaadzakje. 

 

Doorgaans kan je ervanuit gaan dat ze zeker een plantafstand van 1,5 tot 4 meter per plant nodig hebben.

Wel iets om rekening mee te houden.

 

Als ze te lang worden en uit hun bed groeien, dan kan je er gerust een stuk afsteken of snijden. Zelf doe ik dat geregeld om ze zo een beetje binnen de perken te houden.

 


Voeding.

Deze krachtige groeiers vragen dan ook veel voeding. Naast wat compost mag er ook een flinke hoeveelheid oude stalmest ondergespit worden. Ja zal ze niet snel te veel voeding geven.

 

Oogsten.

Het is verstandig om zodra de vruchten beginnen te groeien, een bos stro onder de vruchten te plaatsen. Ook word er wel een plankje of tegel onder de vrucht geplaatst. Hierdoor ligt de vrucht iets hoger en dus droger. Dit voorkomt dat door te veel vocht de pompoenen gaan rotten.

 

Het oogsten zal meestal in oktober en november plaats vinden. Zorg ervoor dat het steeltje is verkurkt. Als de steel nog groen is, is de pompoen niet lang te bewaren (slechts enkele weken). Als de steel goed verkurkt is kunnen sommige soorten wel een jaar bewaard worden.

 

Snijd met een scherp mesje de vrucht af en laat het steeltje goed opdrogen om rotten te voorkomen.

 

Bewaren.

Zoals hierboven staat beschreven moet het steeltje van de pompoen goed verkurkt zijn. Snijd met een scherp mes de vrucht af en laat de verse wond even goed opdrogen. Daarna zijn de meeste pompoenen maanden te bewaren. Sommige rassen kunnen wel een jaar bewaard worden. Dit dient wel vorstvrij en droog te gebeuren. Zolang het niet vriest kunnen ze dus onder een afdak of in de schuur bewaard worden. Is er kans op vorst, dan is het verstandig om de pompoenen naar binnen te verplaatsen.

 

Ziektes en plagen.

Slakken.

Slakken zijn dol op de jonge, net opgekomen planten. Zijn de planten al wat groter, dan is dat gevaar voorbij.

 

Vruchtrot.

Als de bloemen niet goed bestoven worden zal de vrucht niet goed groeien en al snel zal hij gaan rotten. De planten staan te dicht op elkaar, waardoor het gewas te dicht wordt en de bijen niet bij de bloemen kunnen komen. Verwijder een deel van het gewas en het probleem is waarschijnlijk opgelost.

 

Meeldauw.

Als de planten ouder worden is de kans op meeldauw groot. Meestal blijft de plant lang genoeg leven om zijn vruchten plukrijp te maken. Uiteindelijk zal de plant hierdoor overlijden.

 


Kalender.



Laatst bijgewerkt op: 16 januari 2021