Afrikaantjes.

Sommige planten zijn gewoon nodig in de tuin. Daar hoort deze plant zeker bij. Naast de gezelligheid van de bloemetjes, jagen ze veel vervelende beestjes weg. Daarnaast worden deze ook veel door bijen bezocht, die dan ook andere planten op de tuin zullen bestuiven.


De plant.

Afrikaantjes (Tagetes) zijn vaste planten die niet tegen kou en zeker niet tegen de vorst kunnen. Bij ons wordt hij dan ook als 1-jarige gekweekt.

 

Deze plant komt niet uit Afrika, zoals de naam doet vermoeden. Men vind afrikaantjes in het wild in Midden-Amerika, met name in Mexico.

 

De planten worden tussen de 15 en de 50 cm hoog, afhankelijk van het soort.

 

Zaaien.

Zaai ze in huis of in de koude kas. Dit kan al vanaf maart tot in augustus. Zaai in bakjes, om het opkomende gewas te kunnen beschermen tegen slakken, want zij zijn er dol op. Bij een temperatuur van ongeveer 20 graden zullen de zaden binnen een week ontkiemen. In het begin groeien de plantjes erg snel. Zodra de plantjes dan 2 bladparen hebben en ongeveer 5cm hoog zijn kunnen de plantjes uitgeplant worden in kleine potjes. Afrikaantjes kunnen absoluut niet tegen vorst en kunnen dus pas na de ijsheiligen (half mei) buiten uitgeplant worden.

 

Zaaien ter plaatse kan vanaf eind april tot in augustus. Ook hier dient rekening gehouden te worden met de vorst. Bescherm de jonge plantjes  tegen slakken. Anders vind je 's morgens alleen nog maar een paar kale steeltjes en kun je opnieuw beginnen.

 

Soorten.

Er zijn vele soorten Afrikaantjes. Zelf zet ik meestal enkelbloemige soorten, zodat er volop bijen en andere beestjes bij kunnen. Dubbelbloemige Afrikaantjes zijn zeker ook mooi, maar door de vele blaadjes in de bloemen kunnen de insecten niet bij het stuifmeel komen.

 

Ze zijn er in de kleuren geel, oranje, roodachtig en bruin. Er zijn ook witte Afrikaantjes. Dit is zeker een mooi soort.

 

Standplaats en Toepassing.

Omdat het echte zonaanbidders zijn staan ze graag op een droge, goed-doorlatende grond in de volle zon. Afrikaantjes kunnen heel goed tegen droogte.

 

Afrikaantjes zijn zeer goed tegen aaltjes (Nematoden). Aaltjes zullen zeker vertrekken als er Afrikaantjes geplant worden. Zet ze daarom zeker tussen gewassen die hier gevoelig voor kunnen zijn. 

 

Ook maskeert de sterke geur van de Afrikaantjes de geur van wortelen en uien. Hierdoor kunnen de wortelvlieg en de uienvlieg dit gewas moeilijker vinden. Dus ook hiertussen is een goede plaats om een paar Afrikaantjes te planten.

 

Ook jaagt de plant katten en mieren weg met hun geur. 

 


Plantafstand.

Meestal is de plantafstand ongeveer 30 cm. Als je Afrikaantjes op een regel wilt zeten, bijvoorbeeld thuis in de border, zet ze dan lekker dicht op elkaar, zo'n 20 cm. Dan krijg je een mooie dichte haag met bloemen. 

 

Onderhoud.

Verwijder voor een langere bloei de uitgebloeide bloemen. Als de plant eenmaal zaad gemaakt heeft, zal hij minder gaan bloeien.

 

Na de eerste vorst kunnen de planten op de composthoop gegooid worden. Of werk ze onder bij het spitten.

 

Zaad winnen.

Zelf zaad winnen is zeer gemakkelijk en loont zeker de moeite. Pluk eens een uitgebloeide bloem en maak het open. Als het zaad zwart begint te kleuren is het klaar om geplukt te worden. Na het plukken moet je de zaadknoppen allemaal openmaken om daarna het zaad goed te laten drogen. Zelf bewaar ik het zaad in een papieren zak tot het komende voorjaar.

 

Afrikanen zaad is niet lang te bewaren. Gooi het zaad ouder dan 1 jaar weg en pluk gewoon elk jaar nieuw zaad. Zo zit je nooit meer zonder.

 


Laatst bijgewerkt op: 22 januari 2021