Howea Forsteriana.

Kentiapalm.


De Kentiapalm is een zeer sterke, langzaam groeiende kamerpalm. Hij staat bekend om zijn elegante, diepgroene varenachtige bladeren en luchtzuiverende werking. Bovendien is de palm niet giftig, waardoor deze perfect is voor huishoudens met huisdieren of kleine kinderen.

Hoogte:                 Het is een trage groeier die in de natuur

                               tot wel 10 meter hoog kan worden, maar

                               als kamerplant zijn compacte, sierlijke

                               vorm behoudt.

Bladkleur:             Groen

Standplaats:         halfschaduw tot schaduw

Waterbehoefte:   gemiddeld

Groeisnelheid:     Traag

 


Herkomst.

Van oorsprong komt deze kamerplant van een eiland ten oosten van Australië, het Lord Howe eiland.

 

Water.

Hoeveel water moet je de Kentiapalm geven? Zorg dat de Kentia continue in een lichtvochtige grond staat en de grond niet opdroogt. Let hierbij er wel op dat de wortels niet in natte grond staan. Geef daarom regelmatig kleine beetjes water. Bijvoorbeeld eens per 5 dagen in de zomer en eens per 10 dagen in de winter.

 

De hoeveelheid water is afhankelijk van onder andere de grootte van de palm en de hoeveelheid licht die de plant krijgt. Begin daarom met kleine hoeveelheden water per gietbeurt. Is de grond na 4 dagen nog steeds nat, verminder dan de watergift. Controleer dit door een vinger, tot twee knokkels diep, in de aarde te steken. Het is verstandig om dit bij een nieuwe kamerplant regelmatig te doen. Op den duur wordt het dan eenvoudiger om te bepalen hoeveel en hoe vaak de Kentia water nodig heeft.

 

Sproeien.

Het regelmatig sproeien van de Kentia is aan te raden wanneer de radiator, in de winter, een te droge lucht veroorzaakt. Ook zorgt het sproeien ervoor dat de kans op spint en ongedierte kleiner wordt. Ook verwijdert het stof van het blad, waardoor het blad langer mooi blijft.

 

Een regenbuitje in de zomer, is ook bijzonder effectief om stof te verwijderen. Wij adviseren te sproeien met ontkalkt water of regenwater, wanneer dit opdroogt blijven er geen kalkvlekken achter op het blad.

 

Voeding.

Een palm kan prima zonder kamerplantenvoeding overleven, alleen zal voeding de groei en gezondheid van de plant bevorderen. Je plant wordt dus mooier als de plant voldoende voeding krijgt. Zorg er alleen voor dat je niet te veel voeding geeft aan de plant. Overvoeding maakt de grond namelijk erg zuur, hierdoor kunnen de wortels direct verbranden of dichtslaan en vervolgens geen water meer opnemen.

 

We raden aan de Kentia, van april tot september, voeding te geven. Gebruik hiervoor vloeibare palmenvoeding. Dit kan toegevoegd worden bij iedere watergifte. Lees voor gebruik de verpakking voor de dosering. Omdat de Kentiapalm langzaam groeit, is de helft van de dosering voldoende. Buiten de periode april-september raden we aan de plant geen voeding te geven.

 

Standplaats.

De Kentia stelt geen hoge eisen aan de lichtintensiteit. Ten opzichte van andere palmen kan de Kentia relatief donker staan. Stagneert de groei of maakt de kamerplant weinig vers blad? Plaats de palm dan een meter dichter bij het raam. Worden de bladeren geel of wordt de plant lichter van kleur? Plaats de palm dan een meter verder van het raam. Zorg voor maximaal 3 uur direct zonlicht. Zo behoudt de Kentia zijn diep donkergroene kleur.

 

Je kan de Kentia zonder problemen voor een raam op het westen, oosten of noorden plaatsen. Plaats de Kentia nooit direct voor een raam op het zuiden. Als je de plant toch voor een raam op het zuiden wilt plaatsen, plaats de plant dan minimaal 3 meter van het raam. 

 

Verpotten.

We raden aan de Kentia Palm niet te verpotten. Kentia palmen hebben weinig wortels en groeien langzaam. Er kan juist meer schade ontstaan als de Kentia wordt verpot, waardoor de wortels een lang herstelproces aan moeten gaan. 

 

Je kan de Kentia wel in een sierpot plaatsen zodat de kweekpot niet meer zichtbaar is. Kies een sierpot uit die een aantal centimeters groter is dan de kweekpot van de Kentia en plaats de kamerplant vervolgens in de sierpot. De kweekpot van de Kentia heeft een verhoging aan de onderkant, zodat de wortels niet direct tegen de bodem van de sierpot aan zitten. Door de verhoging kunnen de wortels gecontroleerd het water opnemen. Er mag daarom altijd een laagje water van 1 à 2 cm aan de onderkant van de sierpot blijven zitten. Hiermee is de kans op uitdroging kleiner.

 

Verkleurde bladeren.

Krijgt je Kentia bruine randen rondom het blad? Dit is een natuurlijk verschijnsel en is niet te voorkomen. Deze bruine randen zullen ontstaan bij de onderste en oudste bladeren. Op den duur gaan deze bladeren dood. Deze bladeren kan je wegknippen.

 

Als de Kentia geel blad krijgt, is dit meestal het gevolg van een te lichte standplaats. In dit geval raden we aan de Kentia simpelweg een meter verder van het raam te verplaatsen.

 

Als de Kenia bruin blad krijgt, in plaats van bruine randen, is vaak het watergeven de oorzaak. Zowel te weinig water als een teveel aan water kan hiervoor zorgen. De wortels schrikken namelijk van te veel water en 'slaan' dicht. Waardoor bruin blad het gevolg zal zijn. Probeer de grond te controleren door je vinger, tot twee knokkels diep, in de grond te steken. Herhaal dit regelmatig, hierdoor zal je een beter inzicht verkrijgen in de waterbehoefte en het waterverbruik van de plant.

 

Ziektes.

De Kentia is niet specifiek vatbaar voor een bepaalde ziekte. We raden aan de plant niet te veel in de tocht te zetten en de plant regelmatig goed te controleren op beestjes die er niet horen. Hoe eerder je de ziekte of ongedierte waarneemt en bestrijdt, hoe groter de kans dat de plant het overleeft.


Laats bijgewerkt op: 18 juli 2026